Vakantie in tijden van conflict (en er was vast ook wel ergens cholera).

May 26, 2015 § 1 Comment

Terwijl nu het reisadvies knalrood is en zelfs mijn meest stoere onderzoeksvrienden een roadtrip Noord-Kivu afraden, wandelde ik een krappe maand geleden met twee vrienden Nyiragongo op- en ook weer af. Ja, zó volatiel is de situatie.

In Goma aangekomen waren de ‘heart of darkness’-opmerkingen niet van de lucht; in Oost-Congo zijn heeft duidelijk iets mythisch hoewel we niet meer dan drie expat-restaurants en een supermarkt hebben gezien. En een beetje Congo op weg naar de vulkaan. Conrad en de media hebben hun best gedaan. En de mythe leeft, met alle VN-voertuigen en een handjevol patrouillerende blauwhelmen. Dat is best stoer natuurlijk. Het is hier gevaarlijk. Kijk ons gaan.

Dat is vreemd, als je net uit Burundi komt, een tikkende tijdbom maar zonder mythe. Daar rijden (nog) geen blauwhelmen. Dat is niet ‘donker Afrika’, dat is niet een plek waar mensen heen willen omdat het zo goed voor je fieldcred is. Niet dat dat erg is overigens, maar dat is een andere discussie. Je merkt er niets van de spanningen – als je er niet naar vraagt. Je ziet er niets van en ergens is dat misschien ook wel goed: het laatste wat je wilt is expatpaniek en evacuatie, want: wat een signaal.

Goed, we waren in Oost-Congo en naast fascinerend (vulkaan) en gezellig (fijne mensen) vond ik dat vooral heel ongemakkelijk, want we waren dus op vakantie.

Nu komt er even een disclaimer over blanke self-rightneousness, eigengerechtigheid (komt uit de bijbel trouwens. Ironisch), waar ik nogal eens van beschuldigd word: denk ervan wat je wilt. En: ja, toerisme is in principe goed (want economie). En ja, ik heb ongetwijfeld teveel emoties (nee, jullie zijn gewoon afgestompt). Ik ben ook een idealist (nee hoor, ik ben behoorlijk cynisch, maar daar wordt je leven ook niet gezelliger van en eraan toegeven is toch een beetje het begin van het einde).

De vulkaan buiten Goma beklimmen, dat wil ik al vier jaar, maar er was nooit een mogelijkheid. Nu wel, en dat is surrealistisch. De vulkaan ligt in het Virunga National Park – daar is een mooie film over, zie hier, die je overigens niet kunt kijken zonder dit en dit te lezen. Of je moet het geluid gewoon even uitzetten; de beelden zijn indrukwekkend. Die kritiek, overigens, maakt het extra gek een dergelijke trip te ondernemen. Maargoed. De hele (halve, eigenlijk) wereld is gebouwd met hun bloed omwille van ons welvaren, dus dan kan zo’n omstreden vulkaan er ook nog wel bij. En nee, een vulkaan kan natuurlijk niet omstreden zijn, maar kijk de docu, lees de kritiek en dan begrijp je wellicht mijn punt.

Omdat ik niet echt gewend ben aan bergen beklimmen (dit is een understatement), gaf ik mijn rugzak aan een drager. Ik liep, met uitzondering van mijn broek (gouden tip: ga niet in een zwarte skinnyjeans de vulkaan op. Het zit niet lekker. Als het heel hard regent, zit het nog minder lekker. En neem handschoenen mee. Hoewel sokken om je handen ook best werken, als het moet), in prima gear met goede schoenen en een jekkert dat me zelfs bij de talloze stortregens die we op ons dak kregen, droog hield. De dragers hadden brakke schoenen, niet echt regenjassen, de mijne een grote vuilniszak als regencape. Uitzondering waren de dragers van de Mikeno-lodge, waar je voor een luttele 400 dollar per nacht kunt overnachten en de vulkaantrip kunt regelen. Dan hebben ze een mooie, lange regenponcho en goede backpacks.

Eten en water hadden we ook bij ons, veel. Tijdens de pauzes kwam dat tevoorschijn en wij aten, zittend op bankjes. De dragers zaten even verderop, met drinken maar ik heb niet echt substantieel voedsel kunnen ontdekken. Wij deelden wat pinda’s uit. We hadden namelijk per ongeluk de ongeroosterde gekocht en die zijn niet zo lekker. Het andere voedsel werd niet gedeeld, dat aten we zelf op.

Wat achter de afwezigheid van eten zit weet ik niet, want ik heb er niet naar gevraagd. Misschien krijgen ze prima betaald en stellen ze andere prioriteiten dan eten en kleren. Zijn de gezinnen te groot, de lasten te hoog. Bovendien zouden ze zich anders ook een ongeluk sjouwen met spullen van punt A naar B. Ze zijn het gewend, Alies.

Maar dat is nu juist het punt: ze zijn het gewend om in de stromende regen op slechte schoenen zware last heuvel op-en-af te dragen. Vooral de vrouwen trouwens. We kwamen na een uurtje of twee lopen een groepje vrouwen tegen: die waren ’s morgens vroeg water gaan brengen naar de parkbewakers (hierover later meer) die in het park wonen. Op hun teenslippers.

Ze zijn dat gewend – maar hoe kut is dat? En concreet maakt het niet uit of ze dat doen voor hun eigen zaken of voor een stel toeristen die zo graag een vulkaan op willen banjeren, maar die rauwe werkelijkheid recht in je gezicht terwijl jij voor de lol aan het klimmen bent, klagend over de regen en de kou en de dag erna gewoon weer in een droog, warm bed kunt kruipen; het is op zijn minst bevreemdend.

Terwijl ik dit schrijf zit ik trouwens in het oosten van Rwanda met een gestoord mooi uitzicht naast de tent en hier is dat gevoel veel minder, maar hier lopen ook geen mensen met mijn zooi te zeulen omdat ik zo nodig een berg wil beklimmen en het zelf niet kan dragen.

En natuurlijk is het hypocriet, want 80km verderop lopen er wél allemaal vrouwen met zwaar hout en water en weet ik veel wat meer, maar alleen omdat ik die niet kan zien, raakt het me niet. En ik heb net een Snickers gegeten met superslavenchocola en eieren van legbatterijkippen en ik heb ook H&M sokken aan.

Goed, die vulkaan dus, was echt fantastisch. Erheen vond ik te gek: lekker door de modder sjouwen door een tropisch woud en mooi uitzicht, omhoog kijken, zien waar je heen gaat en zowat willen gaan rennen van opwinding.  Ik ben en blijf een buitenspeelkind. Het regende dus echt heel erg hard, met onweer erbij, wat ik heel gaaf vond tot er zo’n harde knal kwam dat je oren er van piepten en de gids zei dat hij het in zijn hart voelde.

Die gidsen, trouwens, zijn meer para-militairen, met een AK47 (of iets wat erop lijkt, niet mijn tak van sport). Niet om dieren mee uit te schakelen maar mensen. Of allebei. Het is en blijft een conflictgebied. Waar je dus ook toeristisch kunt doen.

Terwijl ik de berg op liep dacht ik aan rebellen, vaak jonger dan ik zelf ben, die in behoorlijk beroerdere omstandigheden een bepaald iets nastreven… Collier heeft vast nog nooit door het Oost-Congolese landschap gestruind, met z’n greed-thesis (Paul Collier is een invloedrijke onderzoeker die een keer iets leuks mocht doen voor de Wereldbank, concludeerde dat conflicten ontstaan uit hebzucht, waar rebellen wel bij varen, werd heel invloedrijk, deze analyse werd in Oost-Congo praktisch één op één geplakt op de vele mijnen aldaar en voilà: oorzaak en oplossing voor het conflict gevonden. Beetje blank schuldgevoel erbij (jouw mobiele telefoon draagt bij aan oorlog in Congo!) en je hebt ook meteen een lekkere advocacy-strategie).

Goed. Naast rebellen wonen er hier ook heel veel ‘gewone mensen’ in huizen van hout waar alles ongetwijfeld de hele tijd nat is of heel stoffig, wat me behoorlijk vervelend lijkt, en je ziet mensen (vooral vrouwen, dus) aan één stuk door zware ladingen versjouwen. Op de terugweg kwam het leger voorbij in de stromende regen met matrassen aan hun tassen bungelend, zonder plastic. En ik vond slapen in een lekkende tent in mijn supersonische jack en een thermolegging (mijn slaapzak was doorweekt) best vervelend.

Dat soort dingen spookten dus een beetje door mijn hoofd terwijl ik een van de gaafste trips van mijn leven maakte, met een van de meest bizarre resultaten ooit: een kolkend lava-meer. Dat maakt een beetje het geluid van de zee. Ik geloof dat ik dat het allerindrukwekkendst vond (samen met de wolken en de wc, die uitzicht had op Goma, het meer, een vlakte, een oude krater. Ha! Dat wint het toch wel van een Donald Duckje). Je kunt ook gestoord dicht bij de rand komen. Net iets voor mij om te struikelen, dus ik bleef braaf op afstand en liet iemand mijn capuchon vasthouden toen ik over het randje wilde kijken. Held op (hele natte) sokken.

De volgende dag weer terug, weer in de zeikende regen en toen waren we thuis en konden we warm douchen en pizza bestellen en film kijken en was de gekte compleet, want de Congo-mythe stopt natuurlijk wel gewoon bij de geprikkeldraadte poort van je huis.

Hakketakkeblog – voorlopige versie.

May 6, 2015 § 2 Comments

Op eerste Paasdag vloog ik naar Bujumbura, Burundi en op 4 mei stond ik onverrichter zake weer op Schiphol. Wel met een paar kekke nikies, tweedehands gekocht op de markt in Kigali. De symboliek van het vertrek mocht niet baten, die van de terugkomst bleek goed gepland. ’s Avonds keek ik naar de Dodenherdenking op televisie; er werd ons te verstaan gegeven dat we de Nederlandse oorlogsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, en Nederlanders omgekomen bij vredesoperaties daarna, dienen te herdenken. Natuurlijk: het is de Nationale dodenherdenking, grenzeloos herdenken doen we niet. Stiekem heb ik ook aan de Burundese demonstranten gedacht, die opkomen voor hun rechten te demonstreren tegen iets dat naar hun mening tegen hun grondwet ingaat. En aan de Burundese politieagenten die, in opdracht van hogere echelons, in de frontlinie staan, met scherp schieten op diezelfde demonstranten, veelal studenten.

Sommige dingen wennen blijkbaar nooit helemaal, ook al ben je maar een maandje weggeweest. Dat er mineraalwater uit onze kranen komt (waarmee we onze wc doorspoelen en onze lijven schoonmaken), ik denk niet dat ik dat ooit normaal kan vinden.

Het overheersende gevoel is toch wel dat ik hier nu niet zou moeten zijn, maar het lastige is dat ik nu ook niet in Burundi zou moeten zijn, dus waar dan wel?

Een vriendin mailde me met een hoop ‘shit’-voorzetsels, in reactie op mijn berichten uit de regio, en shit is inderdaad wel het woord dat de situatie het beste omschrijft. Shit op heel veel niveaus, te beginnen met dat van de doorsnee Burundees die, na jaren burgeroorlog wellicht weer een klein beetje hoop had, om vervolgens tien jaar mismanagement te zien, loze beloftes, instortende koffiemarkten, overheidsbudget voor landbouw waar je broek van afzakt, een steeds autoritairder regime en in plaats van ontwikkeling, achteruitgang. En dan nu deze crisis.

Duizenden vluchtelingen in Rwanda, uit angst voor wat kan komen, gezien de geschiedenis van het land niet heel gek. Ik maak me normaal gesproken al bovengemiddeld druk over dit soort dingen, moet regelmatig een potje janken bij het zien van een documentaire en als het me lukt mijn cynisme te overwinnen, krijg ik daar dan vervolgens meestal energie van, red de wereld, enzo. Maar als die dingen dan gebeuren in een land dat je redelijk kent, waar je je in elk geval de afgelopen jaren intensiever mee bezighoudt, en waar je ook echt mensen persoonlijk kent die met je bespreken of en wanneer ze zullen vluchten: dan komt het wel heel dichtbij. Dat is een open deur, maar daarmee niet minder waar.

En het rare is dat ik het me nog steeds niet kan voorstellen, vluchten, of wat de situatie echt betekent. Als een goede vriend vraagt of hij uit voorzorg zijn laptop (een van zijn meest dierbare bezittingen) alvast bij mij thuis kan achterlaten, zodat hij die niet hoeft mee te nemen als ze moeten vluchten, als dat moment komt, dan raakt dat me misschien wel zoveel dat ik het niet meer voel? Het is gewoon onwerkelijk. Als ik eraan denk dat diezelfde vriend inderdaad misschien wel echt moet vluchten, terwijl hij de afgelopen jaren zoveel heeft opgebouwd voor zichzelf en zijn gezin: een steeds betere baan, stromend water aangelegd, onlangs zelfs elektriciteit… het idee dat hij dat misschien allemaal moet achterlaten, alleen maar (?) omdat er een aantal gekken op nationaal niveau niet lijken te begrijpen wat de consequenties van hun honger naar macht (/angst voor gerechtigheid, of hoe je het wilt noemen) zijn… en mijn onvermogen dat dus echt te begrijpen. Gelukkig maar, misschien. Ik slaap er vooralsnog niet beter van.

Of de banaliteit, de heel alledaagse consequenties: dat het hele leven stilligt, mensen niet kunnen werken, en dus ook geen inkomsten hebben. Alles gaat goed, vertelde een andere vriend in een toch ook onrustige wijk, maar het werd financieel allemaal wel wat penibel. Bij crisis denk je toch vooral aan bommen en granaten (die laatste helaas vrij letterlijk), maar dat er ook heel veel, veel kleinere effecten zijn, daar stond ik niet zo bij stil. Maar natuurlijk, het is zoveel groter dan alleen de protesten.

De andere niveaus zijn wat minder relevant: dat het onhandig was dat ik vast zat in Kigali met alleen mijn safari gear, dat het een enorm gedoe was al mijn bagage bij me te krijgen (ik kon zelf niet terug naar Bujumbura), dat ik de opdracht waarvoor ik op pad was, niet uit kon voeren, wat de eventuele consequenties voor mijn PhD-onderzoek zijn (hallo levenswerk), dat ik ultiem gefrustreerd opeens weer naar Nederland moest, met het gevoel dat ik alles en iedereen achterliet, niemand gedag kon zeggen, maar in de wetenschap dat aanwezig zijn in Bujumbura toch ook niemand goed doet… ja, da’s allemaal maar bijzaak. Wel shittige bijzaak.

Hakketak, wat is er precies gebeurd? Ik vloog vol goede moed ofwel naïviteit naar Bujumbura, een maand geleden: ik zou een evaluatie-onderzoek uitvoeren naar een aantal ontwikkelingsprogramma’s. Ik werkte een week, toen ging ik op vakantie. Dat stond al gepland. Die vakantie was te gek, daarover later meer. En ongemakkelijk, het voelde bijna verkeerd, zeker achteraf.

Vanaf het eindpunt van de vakantiebestemming, Kigali (Rwanda), zou ik terugvliegen naar Bujumbura. Op die dag maakte de regeringspartij bekend dat dat huidige President gekozen was als nieuwe Presidentskandidaat; een beslissing die slecht viel bij de gehele oppositie, de Burundese katholieke kerk, de internationale gemeenschap, en een deel van de regeringspartij zelf. Een president in Burundi mag namelijk maar twee termijnen zitten, en die twee zitten er nu op voor Nkurunziza, sinds 2005 president. Hij is de eerste keer niet gekozen na algemene verkiezingen, maar aangesteld na de vredesonderhandelingen. Volgens hem telt die eerste keer niet, en kan hij best nog een keertje vijf jaar. Het Constitutionele Hof in Burundi heeft dit inmiddels goedgekeurd (ondertekend door 5 van de 7 leden, en de Vice-President van het Hof is naar Rwanda gevlucht: hij was tegen. Dit komt de legitimiteit van deze beslissing niet ten goede, zou je denken).

Sinds zondag 27 april zijn er demonstraties in met name de buitenwijken van Bujumbura, waarbij een tiental doden zijn gevallen en tientallen gewonden. De politie schiet her en der met scherp op demonstranten, er gaan verhalen dat de (deels gewapende) jeugdliga van de regeringspartij meer en meer actief zijn tegen de demonstranten, het leger is vooralsnog neutraal. De internationale gemeenschap spreekt haar zorgen uit, Rusland en China blokkeren een resolutie in de Veiligheidsraad van de VN (Burundese soevereiniteit!), buurland Rwanda laat zich (onverwacht) kritisch uit, de rest van de East African Community houdt zich nogal stil. Burundese radio’s zijn stilgelegd, persvrijheid ligt aan banden, mensenrechten worden geschonden, de door het westen getrainde politie gedraagt zich niet zoals zou moeten, Nederland ‘betreurt de situatie’, ‘maakt zich zorgen’, Nederlandse media storten zich op etniciteit als uitleg van een puur politiek conflict, de nuance is zoek, en het is wachten op wat komt.

In een notendop.

Gisteren was het 5 mei: dan vieren wij onze vrijheid. Eigenlijk zou ik die harder dan ooit willen vieren, hoe exclusief onze vrijheid helaas ook is, hoezeer ik het ook niet eens ben met verschillende vrijheidsnarratieven die de afgelopen maanden door de Nederlandse media sijpelen, maar vieren, dat voelde toch ook niet goed. Gelukkig hielp het weer mee, had ik een excuus, kon ik achter mijn laptop geplakt blijven volgen wat er gebeurt in Burundi, praten met Burundese vrienden die allemaal verschillende analyses hebben, kijken naar een filmpje van de president op campagne in het noorden van het land, nota bene de plek waar de meeste mensen gevlucht zijn, dansend, eten uitdelend, alsof zijn hoofdstad niet in brand staat.

Nee, de Paassymboliek heeft vooralsnog niet mogen baten.

Where Am I?

You are currently viewing the archives for May, 2015 at aliesrijper.