De Leven

March 4, 2016 § 5 Comments

‘Kinderen van de Wereld’, het klinkt een beetje als de titel van een nieuw Kinderen voor Kinderen album, of een oproep van een of andere stichtelijke zendingsclub (is dit een pleonasme?) om mee te helpen de wereld te redden. Maar nee, het is de naam van de app-groep van mijn broer, zusje en mij. Of eigenlijk is het een Telegram-groep, want naar goed links gebruik wordt Het Systeem gewantrouwd. Waarschijnlijk om valide redenen, maar ik ben te lui om me erin te verdiepen en vertoon teveel kuddegedrag om er iets aan te doen, dus ik whatsapp verder met iedereen. Er wordt vandaag druk heen-en-weer bericht. We zijn alle drie op weg naar ‘huis’ (daar waar je ouders zijn, in dit geval); uit Durham, Leipzig en Amsterdam. Onze vader heeft een kwaadaardige tumor in zijn lever en wordt geopereerd. Mijn zusje is al thuis en wacht daar met mijn moeder op het telefoontje van het ziekenhuis. Mijn broer zit in de trein, op een gegeven moment zeer gefrustreerd vanwege wat uiteindelijk een 4-uur-lange vertraging zou worden. En ik zit op Newcastle Airport met toch nog maar een biertje voor me.

Vlak voordat ik moet boarden bericht mijn zusje dat de operatie technisch geslaagd is, en ik kan enigszins opgelucht het vliegtuig in. Met nog wel een steen in mijn maag – want we weten nog niet wat er nu gaat gebeuren, misschien heeft hij straks wel heel veel pijn, ik heb net via de telefoon ruzie gemaakt met iemand, en heb een paar uur daarvoor een (figuurlijk) bommetje gedropt op de uni. Daarover later meer.

Terwijl mijn vader ziek is, is een van mijn beste vriendinnen zwanger. Een paar weken geleden werd er een nieuwe pyjama en badjas gekocht voor mijn vader, leerde mijn moeder hoe ze moet tanken. Mijn vriendin laat me de piepkleine babykleertjes zien, in genderneutraal (ha-ha) mintgroen, want we weten nog niet of het een jongetje of meisje zal zijn.

Ik chat met een vriend in Bujumbura die de eindjes nauwelijks meer aan elkaar kan knopen omdat door de crisis alles zoveel duurder is geworden, maar me niet om hulp durft te vragen omdat hij zich schaamt en bang is dat we dan geen vrienden meer zullen zijn. Praktisch tegelijkertijd heb ik een andere vriend klappertandend van de malaria aan de telefoon, waarbij het toestel om de zoveel zinnen uit zijn handen valt omdat hij zo trilt dat hij dat niet meer vast kan houden. Hij laat de volgende dag weten dat hij niet aan medicijnen kan komen; door gebrek aan buitenlands geld kopen apotheken nauwelijks meer medicijnen in. Krijg ik een mail van iemand die me ontzettend dierbaar is, met meer mooie woorden dan ik ooit bij elkaar gezien heb, en zit ik tegelijkertijd in een halfslachtige relatie die me eigenlijk niet gelukkig maakt. Wat ik niet wil accepteren, en er daarom maar niet uit lijk te kunnen stappen. Leef ik in een raar soort limbo gevuld met schuldgevoel, teleurstelling en opluchting omdat ik op de universiteit heb laten weten dat ik er een paar maanden tussenuit moet, omdat de spanning in mijn hoofd en lijf zo hoog is opgelopen dat ik er niet meer van functioneer. Waar één van mijn promotoren bijzonder begripvol op reageerde, de ander vooral zakelijk, en de derde gewoon helemaal niet. Wat dan weer tot meer piekeren leidde. Want modder in je hoofd, dat is toch vooral een teken van zwakte en onbekwaamheid. Zeker in universiteitsland.

De Leven is een clusterfuck.

Ernstige ziekten, die overkomen andere mensen, niet jou of je familie. Dat is dat afschuwelijke waar je over hoort en denkt: ik hoop dat ons dat nooit overkomt, want ik zal niets meer kunnen.

Het gekke is dat dat niet waar is, want alles gaat eigenlijk gewoon door. Wanneer de internist het slechte nieuws brengt barst je niet in hysterisch huilen uit en gooi je niets door het raam, zoals je je dat altijd had ingebeeld in je hoofd, als je gedachten naar dit soort moeilijke moment die wellicht ooit maar hopelijk nooit zouden plaatsvinden, afdwaalden. Je knikt zakelijk en schrijft op wat er gezegd wordt en denkt expres niet verder dan het volgende nieuws-moment. En in de tussentijd modder je maar wat aan.

Je zegt dat je er niet de hele dag mee bezig bent, “het valt eigenlijk best mee”, maar onbewust ben je dat wel en is het er ineens altijd. De spanning gaat onder je huid zitten en dat merk je pas echt als er die Grote Momenten zijn, in ons geval godzijdank altijd van opluchtingen. Zijn er uitzaaiingen, is het operabel, wat zijn de kansen, is de operatie geslaagd, zijn er complicaties, mag hij naar huis. Nu alleen nog: wat komt er verder? Of misschien nog wel meer, maar daar denk ik dus vakkundig nog niet over na. Je verbaast je over de veerkracht van mensen (in ontwikkelingssamenwerkingsjargon heb ik een enorme hekel aan de term, maar dat is een andere discussie) en bent daar ook heel trots op, wanneer je ziet hoe het verdriet en de pijn gedragen en gedeeld worden.

Intussen gaat het gewone leven door, hoewel bij mij toch niet helemaal. Ik heb me praktisch ziek gemeld op mijn werk en heb dus ineens alle tijd van de wereld, wat zowel een vloek als een zegen is. Het is in elk geval nog even wennen. Als ik, terwijl ik dit type (om 4:49; slapeloosheid is het ook in 2016 helemaal) in de spiegel tegenover me kijk, mijn gezicht verlicht door mijn laptop, zie ik een grijs hoofd met wallen die steeds donkerder en dieper lijken. Overdag valt dat dankzij de uitvinders van BB-cream en de föhn gelukkig nog wel mee. Van al mijn hardwerkende vrienden en vriendinnen vind ik het geoorloofd als ze even een pas op de plaats maken, maar van mezelf natuurlijk niet. Want kom nou, je moet gewoon wat harder je best doen en bovendien ben je niet levensbedreigend fysiek ziek, je woont in een extreem welvarend land en je hebt alle kansen van de wereld – dus pak ze dan! Dat ik in de tussentijd desondanks al maanden niks gedaan krijg en ik daarmee de Struisvogel van het Jaar ben, laten we vooral buiten beschouwing.

Je gaat ineens van alles bagatelliseren en tegelijkertijd is je emotionele bandbreedte zo ingeperkt dat triviale zaken werelddrama’s worden. (Of nouja, dat is eigenlijk wel een beetje mijn standaard-modus geloof ik). Je stelt je dus éigenlijk aan als je al een hele tijd op je tandvlees loopt en dat nu aan durft te pakken, maar als je lievelingschips op is krijg je in de supermarkt een nervous breakdown. En je mag niet zeuren want je spreekt dagelijks met vrienden wier toekomstperspectief, levend in een autoritaire staat met groeiende onveiligheid en onzekerheid, en -5,7% economische groei, niet minder dan gitzwart te noemen is. Maar als in Engeland blijkt dat Downton Abbey daar niet op Netflix beschikbaar is ben je toch zeker een paar uur flink chagrijnig.

Ik schreef eerder dat verdriet zo moeilijk te delen is, en daarmee bedoelde ik eigenlijk vooral ‘te vergelijken’. Met aanname twee ben ik het nog steeds eens, aanname één verklaar ik bij dezen als onjuist. Goed, het is moeilijk maar het kan wel, het wordt er echt lichter van ook al begrijpt de ander het niet helemaal, en ik kan het daarom iedereen aanraden. Mensen zijn inherent Goed, daar ben ik van overtuigd, en het is toch best prettig dat bevestigd te zien als je op tv wordt overspoeld door duister, verdoemenis en Donald Trump. De lokale groenteman bijvoorbeeld, die mijn ouders nog maar een paar maanden kent omdat ze pas verhuisd zijn, die mij nog maar één keer gezien heeft maar me toch herkende toen ik eergisteren boodschappen kwam doen. Die een zak vol druiven en mandarijnen meegaf, “die moet je vader opeten. Zeg maar dat ik ze ingestraald heb”, die zich niets aantrok van de andere wachtende klanten maar met oprechte belangstelling en heel veel mooie woorden (en een paar goeie vloeken) een praatje maakte. En die, toen mijn moeder twee dagen later vertelde dat mijn vader weer thuis is en dat alles goed gaat, een doosje aardbeien meegaf met de boodschap “omdat je me vandaag gelukkig hebt gemaakt”. Een niet-aflatende stroom kaartjes en telefoontjes, de kracht van onderdeel zijn van een religieuze gemeenschap (waar ik persoonlijk niks mee heb, hoewel tijdens de Evensong in Durham vorige week 45minuten lang de sluizen open gingen), je realiseren wat vriendschappen waard zijn en hoe belangrijk een gezond lijf is – tegelijkertijd merken dat wijn en bier je coping mechanismen zijn, wat een en ander dan weer enigszins tegenspreekt.

Zoals de zaalarts in het ziekenhuis ook al zei: “we doen allemaal maar wat.”

Advertisements

§ 5 Responses to De Leven

  • Daphne says:

    Lieve Alies wees niet te hard voor jezelf 💝💞💋💋

  • Alex Boshuizen says:

    Lieve Alies. Ik leef met je mee en (dubbel, ik weet het) geniet van je schrijven

  • Bart says:

    Tijd geleden dat ik weer wat van je mocht vernemen, lieve nicht. De sombere kanten van het leven, kennen ook sprankjes hoop en die moet je ook willen zien. Blijf vooral schrijven want dat geeft je nieuwe inzichten. mvg Bart

  • brunobraak says:

    Wat schrijf je toch prachtig – voor grote delen heel herkenbaar. Ook dat gestruisvogel! Goed dat je een knoop hebt doorgehakt en nu even voor je familie en zelf kiest. Sterkte, en laat me weten als je in Amsterdam bent!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

What’s this?

You are currently reading De Leven at Lys.

meta

%d bloggers like this: